Zoeken
  • Lidwien van den Broek

Ben je thuis?

Hoe kan het dat ik dit niet heb gemerkt?

Waar was ik dat ik dit heb laten gebeuren?

Welnu, een ding ligt voor de hand: je was waarschijnlijk niet thuis. Ooit was dat misschien ook maar het beste. Als er iets of iemand aan je deur staat die te groot, te veel, te heftig en onveilig is, dan kun je ook maar beter niet thuis zijn.


‘Welke sensaties ervaar je in je lijf?’, vraag ik hem. Hij heeft met bodem-ankers een opstelling op de vloer neergelegd, waarin hij en zijn vader tegenover elkaar staan.

‘Ik wil een stap achteruit doen.’

‘En wat voel je in je lijf waardoor je deze beweging wilt maken?’

‘Ik wil weg.’

‘Haal eens adem’, gebied ik hem. Ik zie van buiten niets dat blijkt geeft van ademhalen. Hij hoort me, komt als het ware terug van even weggeweest en neemt een hap lucht.

‘Waar zit dat gevoel dat ervoor zorgt dat je weg wilt?’, vraag ik.

‘Ik DENK in mijn buik.’


Een dergelijke communicatie vindt plaats in heel veel van de coachingssessies. En wat een frustratie, als ik maar blijf komen met die vragen: ‘Waar voel je dat dan? Of: wat voel je daar?’

Zonder oordeel, zonder haast, probeer ik die lastige zoektocht naar gevoelssensaties in het lijf te faciliteren en te ondersteunen. Ik ga niet weg en ik zeg niet: ‘En nu is het klaar, je hebt je kans gehad.’ Ik blijf.


Hoe anders kan je ervaring zijn als kind.

Je hebt groot verdriet en huilt, maar hoort dat je je niet zo moet aanstellen.

Je moet vreselijk lachen, giert het uit en hoort dat je je moet schamen.

Je voelt de spanning in huis, vraagt of papa en mama ruzie hebben, maar ze zeggen van niet.

Gevoelens die niet mogen, die niet horen, die niet kloppen……wat moet je ermee als er niemand is die je helpt om wat je voelt onder woorden te brengen of minder heftig te laten zijn. Als er niemand is die je op schoot neemt en zegt: ‘Heb je zo’n verdriet…ik ben bij je en ik houd je vast, net zolang tot het over is.’


Nog een stapje verder:

Als je nog klein bent en je vader laat in een dronken bui, je moeder alle hoeken van de kamer zien, dan kan je niet anders dan uit je lijf verdwijnen.

Als niemand je ziet in wie je bent en wat je nodig hebt, kan je maar beter niet meer voelen dát je uberhaupt iets nodig hebt.

Wanneer je als kind uit voor jou onbegrijpelijke situaties, conclusies trekt als: ‘ze houden niet meer van me’, ‘ik ben niet goed genoeg’ of ‘ik had er beter niet kunnen zijn’, kun je maar beter de regie pakken vanuit het veilige HOOFDkwartier.

Zo worden we sterke mannen en vrouwen, die het wel zelf doen en niets van een ander nodig hebben. En die vooral niet willen gaan lijken op……


Een van de grootste problemen, onder alle problemen waar cliënten in de coaching of training mee komen, is het feit dat ze hun lijf, het belangrijkste instrument om te kunnen leven in liefde, met empathie voor zichzelf en anderen, hebben uitgeschakeld. Hun fysieke hart is weliswaar blijven kloppen om hen in leven te houden, maar het ‘gevoelde hart’, met al haar prachtige kwaliteiten, is op slot gezet. Zo hoef je de pijn en het verdriet niet te voelen, maar mis je ook (een deel van) je levensvreugde.


Het is bekend dat, wanneer een kind slecht behandeld wordt door de ouders, het niet stopt met van die ouders te houden, maar stopt met van zichzelf te houden.

Mensen die later in hun leven onveiligheid ervaren, zijn niet in staat de ander weg te duwen, maar duwen zichzelf weg. De basis voor dit, vaak onbewuste, patroon ligt meestal in onze kinderjaren. Daar hebben we, vanuit onze overleving geleerd ons gevoel weg te stoppen en te verdwijnen uit ons lijf. In de psychiatrie noemt men dit ‘dissociatie’.


Ongeveer tot mijn veertigste levensjaar had ik elke dag buikpijn. Een van mijn gevleugelde uitspraken was: ‘Ik wil wel, maar mijn lijf wil niet’. Het was alsof ik uit twee delen bestond……en ja, dat was ook zo. Dat lijf zat me in de weg, met haar pijn en ongemak en daarom wilde ik er niet zoveel mee te maken hebben, laat staan naar luisteren. Ik had geleerd om over de signalen van mijn lijf heen te stappen, om te kunnen doen wat ik vond dat ik MOEST doen.

Het was een klus om de weg naar huis terug te vinden. Om mijn lijf op te schonen en alle niet meer helpende waarheden en overtuigingen uit mijn huis te zetten en ruimte te maken. Om weer een verbinding te kunnen voelen tussen mijn hoofd, hart en lijf.

Ik leerde dat mijn antwoorden niet in mijn hoofd zaten, maar dat er signalen in mijn lijf waren die JA of NEE betekenden. Ik heb de taal van mijn lijf leren verstaan. Geleerd om te voelen waar mijn grens ligt. Geleerd mijn gevoelens serieus te nemen en ook de consequenties daarvan te nemen. En soms, in tijden van grote stress, gaat de boel weer even op slot. Mijn lijf weet nog steeds goed hoe dat moet. Als het gevaar geweken is, haal ik weer adem en veroordeel ik mijzelf niet om wat ik deed, maar dank ik mijn lijf voor dat het me veilig wilde houden….en herinner mezelf eraan dat het NU anders is en niet meer nodig is.


Al het werk op het gebied van persoonlijke ontwikkeling is uiteindelijk lijfwerk. Als je lijf niet meedoet, is het niet echt. Het gaat erom je lijf weer te durven en kunnen voelen. Dat je wat je voelt, er durft en kunt te laten zijn en het serieus neemt. Dat je, stap voor stap, bewust wordt van wat je lijf je te vertellen heeft en daarnaar durft en kunt luisteren.

Ons lijf is het instrument waarmee we vormgeven en in de wereld kunnen zetten wie we zijn. Het huis van onze ziel.

Ik wil met liefde degene zijn die bij je is als je zoekt naar de weg naar huis. Ik neem je niet meer op schoot. Ik kan je namelijk niet geven wat je vroeger zo hebt gemist.

Ik kan je wel ondersteunen in het proces om weer te gaan voelen wat je NU nodig hebt. Om te ontdekken hoe je met liefde en empathie naar jezelf kunt gaan kijken en veel meer kunt gaan leven in plaats van te overleven. Je bent welkom.



340 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Voedertijd