Zoeken
  • Lidwien van den Broek

Een goddelijk kind

‘Ik wil naar mijn Ware Ik. Ik wil zijn wie ik werkelijk ben, maar er is een blokkade. Ik kom daar niet aan voorbij. Het voelt alsof er een deken over mijn Ware Ik heen ligt. Wat is die blokkade?’

Dat is het verhaal dat ze vertelt en de vraag die ze heeft. Ik opper in het telefoongesprek nog deelname aan een prachtige groepstraining die haar zou passen, maar ze heeft geen zin in een groep waarin een deel van de tijd ‘verloren’ gaat in het luisteren naar de verhalen van anderen. Ze weet wat ze wil en heeft mij alleen nog maar nodig om haar te helpen dat doel te bereiken. Een pittige, vastberaden dame. En omdat overtuigen nu eenmaal nooit helpt, laat ik los wat ik haar gun en maak een afspraak.


Na een kort gesprek gaan we aan het werk en als ze gaat opstellen wordt al snel duidelijk wat die blokkade is. Of liever gezegd, WIE die blokkade is.

In één lijn heeft ze drie bodem-ankers neergelegd. Een voor Zichzelf (de volwassen vrouw die ze nu is), een voor haar Ware Ik en een voor de Blokkade. Ik neem haar mee om op de verschillende plekken te voelen wat er is. Met gesloten ogen zodat ze volledig kan focussen op haar lijf en de innerlijke processen.

Startent op de plek van Zichzelf, kijkt ze van daar naar de Blokkade op zo’n anderhalve meter afstand. Ik grap nog even dat deze afstand in ieder geval Corona-proof is. De Blokkade kijkt naar haar. Weer twee meter verderop staat haar Ware Ik. Haar lijf reageert, wil werkelijk om de blokkade heen en helt over naar rechts.


Als ze op de Blokkade gaat staan voelt ze zich een heel klein meisje dat diep onder een deken weggedoken zit. Een meisje van twee, de leeftijd die ze had toen haar ouders gingen scheiden. Het meisje dat zich heeft aangepast, is geworden wie anderen vonden dat ze moest zijn, die is gaan bemiddelen en zorgen. Het meisje dat heel iets anders laat zien dan wie ze werkelijk is: haar Ware Ik. Dat kleine meisje ziet in haar innerlijk beeld dat de volwassen vrouw niet naar haar kijkt. Dat is bekend en duidelijk wordt dat ze de hoop en haar verlangen dat dat wél gaat gebeuren, heeft opgegeven.


Als ze opnieuw op haar Volwassen Ik gaat staan, voelt dat laatste wel heel verdrietig. Ze wijst het kind in zichzelf af. Dat kind dat alleen zó heeft kunnen overleven. Dat geen keuze had. Ze wil dit kind niet. Ze wil eraan voorbij.


Voor velen een herkenbaar proces: Weten waar je heen wilt, dat helder voor de geest hebben en het pad er naartoe zo snel mogelijk willen lopen. Voorbij aan wat er eventueel in de weg staat.

Om dat te kunnen doen, is het hard werken. Niet gezien en niet erkent, blijft de blokkade waar hij is en iedere keer weer moet je werken om eraan voorbij te kunnen gaan.

In veel gevallen hoeft die blokkade niet weg of ergens anders heen. Als je er werkelijk naar kunt kijken en kunt nemen wat het je laat zien en voelen, zal het óf vanzelf een stapje terugdoen of je ontmoet het in liefde en mededogen waardoor je er steeds gemakkelijker langs kunt.


In dit geval was het heel helder wat helend zou zijn. Het kind in haar heeft een moeder gemist en ze zal als een moeder voor zichzelf mogen worden. Al haar moederlijke kwaliteiten mogen inzetten voor dat verdrietige, bange en boze kind in zichzelf.

Ze zit op de grond, tegenover die tweejarige. Beetje bij beetje laat zij met behulp van de helende zinnen die ik haar voorzeg, het kind weten dat ze het ziet en voor haar zal gaan zorgen. Ze kan de woorden niet voelen, ze voelt geen liefde voor het kind. Weerstand, dat is wat ze voelt. Irritatie. Natuurlijk zou ze het anders willen, maar dit is wat er is…NU.


Met een opstelling maken we geen sprookjes. Erkennen wat er NU is, geeft bodem en afzetmogelijkheden om een volgende stap te maken. Kleine stappen in een kwetsbaar proces van toenadering en verbinding.

In de verbeelding heeft ze het kind inmiddels op schoot en om dat kind fysiek te kunnen voelen geef ik haar een zacht kussen in handen dat ze omarmt. Meteen ontspant het lichaam. Met het kind op schoot, kijkt ze naar haar Ware Ik, wat verderop.

Plots krijgt ze een belangrijk inzicht. ‘Zonder haar (het kind) kan ik niet naar daar!’, roept ze uit. En zo is het. Dat afgewezen kind is een belangrijk deel van haar. Een deel vol verlangen, talenten en mogelijkheden om te kunnen leven wie ze werkelijk is. Hoe? Dat gaat ze vast de komende tijd ontdekken.


En misschien sluit ze later alsnog aan bij de groepstraining. Alle irritatie en weerstand die ze daar mogelijk naar anderen zal gaan voelen, zullen haar weer iets leren over haarzelf. Alles wat haar het idee zal geven van tijdsverlies, kan haar in de NU-TIJD brengen en winst opleveren. Alle representantenrollen in andermans opstellingen zullen haar meer bewust maken van haar lijf en van wat daar te voelen is en daar niet meer aan voorbij te gaan. Ik hoop het.


Als ze weg is loop ik naar mijn werkkamer. Daar staat een prachtig schilderij van Maria met haar kind op de arm dat ik kreeg van een lieve vriendin. Dat beeld herinnert mij dagelijks aan ditzelfde proces van voor jezelf gaan zorgen, van jezelf gaan houden. Ik ben Maria én het kind op haar arm. Ik groet hen en realiseer me iets moois: Het is een goddelijk kind, dat kind in mij…en in ons allemaal.




153 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven